Weer terug op mijn geliefde
plek in de duinen.
Kijk ik uit over het nu lege
en verlaten strand.
Terwijl de kim in de laatste
lichtstralen nabrand.
Sleept de onafmeetbare zee.
Mijn starende ogen met zich
mee.
Talloze golven gaan rollend
aan mij voorbij.
Tot het licht vertraagt en in
het donker overgaat.
Mijn blik vermoeit en zwicht.
En lieverlee vermengt strand
lucht en zee zich ineen.
En valt de duisternis over me
heen.
En zie daar de eerste sterren
van de nacht.
Totaal niets heb ik;
Maar met het besef van deze
grote vredige gebeurtenis.
Wat ik hier heb mogen
aanschouwen.
Verdwijn ik weer met mijn
metgezel eenzaamheid in de
nacht.