Wanneer de moeder van het
licht haar warme stralen doet
prijken.
En haar gouden stralen de
mist en koude doet wijken.
Dan doet ze ook langs de
bloemen strijken.
En die doen dan weer trouw
hun plicht.
Zodra de mens de lieve zon
zien prijken.
Zijn warme stralen hun doet
raken.
Verdwijnt het sombere gezicht.
Zodat de zomerse glimlach
weer kan verschijnen.
En overal, over straten en
pleinen.
Zie je weer verliefde mensen
met een zomerse blik verschijnen.