
Een koude dag.
Onderweg kom ik ‘n moeder
met zoon en dochter tegen.
Terwijl ik zo achter hun loop.
Zeg moeder plotseling tegen
hun, ik heb een koude neus
dat is echt een ouwerwets
hollands gevoel.
Onderwijl begint het te sneeuwen.
Door de wind waait er een enkele
vlok in mijn mond.
En met een schok besefte ik dat
sneeuw niet meer het zelfde smaakte
als vroeger.
Een weeige smaak taste mijn
smaakpupillen aan.
Dat zelfde gebeurde op het moment
dat een slecht telefoontje, van een
goede vriend mij trof.
Weer iemand die het gevecht aan
moet gaan..
Zonder te weten waar je aan het eind
zal staan.
Als de wind in je gezicht blaast en je
tranen als regendruppels langs je
gezicht vallen.
Als je wereld afbrokkelt en als zand
door je vingers verdwijnt.
Blijf geloven in morgen.
Want op het eind zal er toch weer
‘n morgen zijn.