Op mijn geliefd plekje in de
duinen.
Denk ik nog even terug aan
mijn bezoekje aan jou.
Dan zie ik jou weer alleen
zitten, stil voor je uit starend.
Terwijl ik op jou toeloop, vraag
ik me af.
Hoe grijs zijn jou dagen.
Hoe zwart is jou nacht.
Gaan jou gedachten nog terug
naar al die tijden van weleer.
Er zijn zoveel dingen die ik nog
zo graag eens aan jou zou willen
vragen.
Maar jij beantwoord al lang niks
meer.
Ik hou me vast aan de blijde
opleving in jou gezicht als je mij
weer ziet.
Hoe je soms mijn hand vastpak
en er een kus opdruk.
En vandaag pakte je zelfs voor
het eerst me zelfs twee keer vast.
En kuste je me op mijn mond,
zoals je ook vroeger deed in mijn
kinderjaren.
Het gaf mij toen en ook nu een
stille troost.
Ook al noem je al tijden mijn naam
niet meer.
Want zoals altijd bij het afscheid
nemen.
Zeg je steevast, ja ook u tot kijk
meneer.