Lopend door de nacht
zwerf ik in het rond.
Ondertussen terwijl ik
met de nacht doet
dromen.
Hoog boven me zacht
en ver, stralen van een
flonkerende ster.
Ik hoop en hunker
met heel mijn hart.
Mijn ziel zit vol met
dromen.
Maar rustig wacht ik af.
Tot het moment dat ik
jouw tegen mag komen.
Als die flonkerende ster.
Ik zou in de laatste zin het woord ‘een’ vervangen voor ‘die’ ……….Avondfluisteraar je weet het weer prima te verwoorden
ik vermijd jouw ogen mijn lief,
zodat je het verdriet in mijn ogen niet ziet
die diepe eenzaamheid die leeft in mijn hart
niet herkent
want hij is te privé om te delen
Dank je “Mijzelf.”
Ook al vlucht je, met je ogen
neergeslagen.
Maar blijf je dan eigenlijk niet
net zo blind als de gene die
je lief heb ?