Wanneer de nacht doet vallen
word de wereld kleiner.
De eenzame alleen en de
beminden meer bijeen.
De avond drukt op mijn zwijgen.
Een gevoelige menselijke pijn.
De behoefte om een innig woord
te krijgen en zelf voor iemand
lief te zijn.
Zo tussen waken en dromen.
In het simpele huisje van mijn
hart.
Staat een lamp te branden.
Voor een geliefde, een beminde
die nog laat naar huis moet
komen.
Maar hoe lang ik ook wacht.
Geen geliefde, geen beminde.
Die door de duisternis de weg
naar mij zal vinden.
En alles blijft zo stil als van te
voren.
Ik weet het.
In het huisje van menig hart.
Brand vaak een lampje.
Stil en verloren.

Soms komt er iemand langs, en die blaast het uit……….