Het is kwart voor drie.
Ik blijf nog even liggen
in mijn droom.
Ik vond jou daarin terug.
Ik streel je door je haar,
over je schouders, langs
je rondingen naar benee.
Ik voel de tinteling van jou
strelen door mijn lichaam
terug.
Ik weet dat het een illusie
is, een droom.
Maar daar vond ik jou.
Lief en oprecht.
Zelfs als ik ontwaakt.
Voel ik de warmte nog.
Het is alles wat er van
overblijft.
Plus de wetenschap van
dromen zijn bedrog.