Stil zittend, je handen
gevouwen op je schoot.
Je naam zacht prevelend
voor je uit.
Een vast gegeven uit je
verleden.
Het enige wat je niet wil
vergeten.
Jou houvast tussen verleden
en heden.
Tussendoor noem je betty
berend en mij.
Terwijl je onze namen noemt.
Kijk je triomfantelijk voor je
uit.
Alsof je wil zeggen, ik ben
jullie niet vergeten.
Keer op keer.
Maar verder kom
je niet meer.
10-3-07.