In gedachten verzonken trof
ik je aan.
Hee, schoonheid op mijn stem
reageerde jij direckt.
Vol trots zei je, kijk dat is mijn
broer.
Volgens mij is dat uw zoon zei
een van je medebewoners.
Dat weet ik ook wel zei je direct.
Dag moederke, later zittend in
de koffiekamer begon jij te
praten over het verleden.
Net alsof ik een deelgenoot was
van jou jeugd en verleden.
Bijna een half uurtje met je zitten
te keuvelen.
Ik liet je maar in de waan, ik kon
je toch niet bereiken.
De rest van de tijd hebben we in
stilte doorgebracht.
Het heden en verleden op dat
moment weer totaal onbereikbaar
voor jou.
Bij het afscheid zei je, nou broer
je moet gauw weer eens langs
komen.
Zwaaiend stond jij voor het raam.
Bij het terug zwaaien voelde ik
een traan.
Het was net alsof ik mezelf was
kwijt geraakt en niet meer
bestond.
28-08-06