In de stilte van de avond.
Nam ik plaats op een
bankje in het park.
Dromend staarde ik stil
voor me uit.
Ik weet niet over wie of
wat.
Voor mij lag ´n donker
stukje stad, met zijn gevels
en grauwe daken.
Hier en daar een verlichte
raam met het schijnsel van
een lantaarnpaal.
Zo staarde ik voor me uit
zonder werkelijk iets te zien.
Plotseling zag ik een raam
opengaan.
Een jonge vrouw tuurde
voorover langs de straat.
Ze keek naar de lucht.
Haar schouders en borsten
wiegde zacht bij een diepe
zucht.
Ze streek langs haar haren
en sloot het raam.
Het licht ging uit.
Stil staarde ik weer voor me
uit.
Met de gedachte twee vreemden
plotseling door toeval verbonden.
Beiden wachtend op………..